Terug naar de lijst

ELEKTRISCHE AUTO: presentatie

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Een elektrische auto heeft specifieke eigenschappen, wij raden u dus aan om deze gebruiksaanwijzing, waarin de elektrische auto wordt bescheven, aandachtig te lezen.

Bijzonderheid

Afhankelijk van het land is deze auto gehomologeerd als Quad of Personenauto. Er kunnen specifieke voorschriften gelden, zoals het vereiste type rijbewijs, het soort wegen dat u mag gebruiken, enz. Zorg dat u voldoet aan de wetgeving van uw land.

Accu’s

De elektrische auto beschikt over twee typen accu’s:

- een tractiebatterij;

- een 12 V-accu.

Tractiebatterij “58 volt”

Deze batterij slaat de noodzakelijke energie op voor de werking van de motor van uw elektrische auto. Zoals alle accu’s of batterijen loopt deze leeg bij gebruik en moet deze dus regelmatig worden opgeladen.

U hoeft niet te wachten totdat u op reserve rijdt om de tractiebatterij op te laden.

De laadtijd bij een huishoudstopcontact bedraagt ongeveer 3,5 uur voor een volledige oplaadbeurt.

De actieradius van uw auto hangt af van de lading van de tractiebatterij maar ook van uw rijstijl.

Zie ook de paragraaf “Actieradius van de auto: aanbevelingen” in hoofdstuk 2.

12 V-accu

De tweede accu in uw auto is een 12 V-accu: deze levert de noodzakelijke energie voor de werking van de uitrustingen van de auto (koplampen, ruitenwisser enz.).

De 12 V-accu wordt opgeladen:

- ofwel bij het opladen van de tractiebatterij;

- ofwel wanneer het contact wordt aangezet;

- ofwel wanneer het contact wordt uitgezet en periodiek, op voorwaarde dat er voldoende elektrische energie in de tractiebatterij overblijft.

Raadpleeg de paragraaf “12 V-accu” in hoofdstuk 4.

Het symbool A lokaliseert de elektrische elementen van uw auto die risico’s voor uw veiligheid met zich kunnen meebrengen.

Elektrisch circuit “58 volt”

Het elektrische circuit is herkenbaar aan de oranje bedrading en aan de elementen die met het symbool worden weergegeven.

Het aandrijfsysteem van de elektrische auto gebruikt ongeveer 58 volt gelijkspanning. Dit systeem kan warm zijn gedurende de werking en na het uitzetten van het contact.

Elke ingreep op of wijziging van het elektrische systeem van de auto (componenten, kabels, stekkers, tractiebatterij) is streng verboden vanwege de risico’s hiervan voor uw veiligheid. Roep de hulp in van een merkdealer.

Risico op brand, brandwonden of elektrische schokken die ernstig letsel kunnen veroorzaken.

Geluid

Elektrische auto’s zijn bijzonder stil. U bent er nog niet aan gewend maar andere weggebruikers zijn dat evenmin. Voor hen is het moeilijk om te horen of de auto in beweging is.

Wij raden u dus aan hier rekening mee te houden en de voetgangersclaxon te gebruiken, vooral wanneer u in de stad rijdt of tijdens manoeuvres (wij verwijzen naar de paragraaf “voetgangersclaxon” in hoofdstuk 1).

Omdat de motor vrijwel geen geluid maakt, hoort u geluiden die u niet gewend bent (geluid van de wind, banden enz.).

Tijdens het opladen kan de auto geluid maken (ventilator, relais...).

Omdat uw elektrische auto stil is, dient u bij het verlaten ervan de handrem vast te zetten en het contact uit te zetten.

Risico op ernstig letsel.

Rijden

Wanneer u uw voet optilt van het gaspedaal, genereert de motor tijdens het afremmen elektriciteit die wordt gebruikt om de tractiebatterij op te laden. Raadpleeg de paragraaf “Verbruiksmeter” in hoofdstuk 2.

Een auto met elektrische motor remt veel meer op de motor dan een benzine- of dieselauto.

Hinder bij het rijden

Aan de bestuurderskant mogen alleen voor de auto geschikte matten worden gebruikt, die moeten worden vastgezet aan de vooraf geïnstalleerde onderdelen. Controleer regelmatig of ze goed vastzitten. Stapel niet meerdere matten op elkaar.

Gevaar van hakende pedalen.

Pas voor uw veiligheid uw snelheid aan de verkeersomstandigheden aan en maak geen wilde stuurbewegingen, vooral op hellingen, gladde wegen enz.

Als deze voorschriften niet worden nageleefd, kan dit leiden tot verlies van de macht over het stuur.

Levensgevaar of risico op ernstig letsel.

Het vervoer van een passagier beïnvloedt het evenwicht, de wegligging en vergroot de remafstand van de auto.

Pas uw snelheid aan de verkeersomstandigheden aan en maak geen wilde stuurbewegingen omdat dit kan leiden tot verlies van de macht over het stuur. Levensgevaar of risico op ernstig letsel.

Diepe plassen, overstromingen:

Rijd niet door als het water op de weg hoger staat dan de onderrand van de velgen.

Als de auto tot aan de bodemplaat onderloopt, mag de auto niet worden opgeladen en moet u een merkdealer raadplegen.

Risico van mogelijk dodelijke elektrische schokken.

Bijzondere gevallen

- Bij erg hoge buitentemperaturen wordt een veiligheidsmodus geactiveerd. Het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel licht op. Deze modus vermindert het vermogen van de auto en kan ertoe leiden dat de auto tot stilstand komt. U moet de auto dan parkeren en het elektrische systeem laten afkoelen tot het controlelampje uitgaat. Daarna zult u weer over het volle vermogen van de motor kunnen beschikken.

- Na een maximale oplading van de tractiebatterij en tijdens de eerste gebruikskilometers van de auto, of wanneer de buitentemperatuur erg laat is, is de motorrem tijdelijk beperkt. Pas uw rijstijl hieraan aan.

De motorrem mag onder geen beding gebruik van het rempedaal vervangen.