Terug naar de lijst

INSTELLINGEN VAN HET SYSTEEM

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Menu “Systeem”

Druk op het beginscherm op “Instellingen” en vervolgens op het tabblad “Systeem”. Met dit menu kunt u de volgende instellingen regelen:

- “Scherm”;

- “Geluid”;

- “Taal”;

- “Toetsenbord”;

- “Datum en tijd”;

- “Apparaatbeheer”;

- “Home-menu”;

- “Gebruikersprofiel”.

“Scherm”

Gebruik het tabblad “Helderheid” 1 om de helderheid aan te passen:

- van het instrumentenpaneel

- van het multimediascherm

-...

Pas de helderheid aan door op “+” of “-” te drukken of door de functies in of uit te schakelen.

Om veiligheidsredenen mogen deze handelingen alleen uitgevoerd worden als de auto stilstaat.

Gebruik het scherm “Stijl” 2 om één van verschillende weergavestijlen van het instrumentenpaneel te selecteren.

U kunt ook een afbeelding selecteren om de achtergrond van het stand-byscherm van het multimediasysteem te personaliseren.

Raadpleeg het gedeelte op “Apps” en vervolgens “Foto” voor meer informatie over het uploaden van afbeeldingen.

Op het “HUD” tabblad 3 kunt u het volgende configureren:

- het head-up display inschakelen/uitschakelen;

- de automatische lichtsterkte;

- de instelling voor helderheid overdag voor het scherm;

- de instelling voor helderheid 's nachts voor het scherm;

- de beeldpositie op het head-up display.

Opmerking: de instellingen voor "Daghelderheid centraal scherm" worden 's nachts uitgeschakeld en de instellingen voor "Nachthelderheid centraal scherm" worden overdag uitgeschakeld.

“Geluid”

Met dit menu kunt u verschillende geluidsopties instellen.

Vanaf het tabblad “Audio” 4, kunt u de volgende equalizerinstellingen aanpassen:

- in- en uitschakelen van de lage tonen;

- de “Balance/Fader” instellen;

- de waarden van het “Laag/Midden/Hoog” geluid instellen;

- het volume instellen naargelang de rijsnelheid door op + of - te drukken.

-...

“Balance/Fader”

Met deze functie kunt u de geluidsverdeling instellen. Druk op “Gecentreerd” of “Voorzijde” om de geluidsverdeling voor alle inzittenden of het comfort voor de passagiers achterin te verbeteren (achterin de auto gedempt en voorin gematigd volume).

Als u het scherm aanraakt of als de modus “Handmatig” is geselecteerd, kunt u de instellingen wijzigen door de doellocatie 5 te verplaatsen.

Bose audiosysteem

Als het Bose audiosysteem is geplaatst, biedt de tab “Audio” 4 extra instellingen:

- de “Balance/Fader” instellen;

- de “Laag/Midden/Hoog” tonen instellen;

- het snelheidsafhankelijke volume inschakelen/uitschakelen;

Opmerking: het Bose audiosysteem stemt het volume automatisch af op de rijsnelheid.

- “Surround” inschakelen/uitschakelen.

de modus “Surroundˮ past het geluid aan zodat dit perfect is afgestemd op alle inzittenden van de auto.

Afhankelijk van de uitrusting kunt u een van de volgende vooringestelde muzieksferen kiezen:

- Lounge;

- Studio;

- Solo;

-...

Op het tabblad “Spraak” 6 kunt u de volgende opties instellen:

- kies het stemtype voor de navigatie-instructies;

- stel het volume van de navigatie-instructies in;

- stel het volume van de spraakherkenning in;

- schakel de geluidsknop voor spraakherkenning in of uit;

- schakel de spraakcommando's met uw stem in/uit (Voice command auto-barge in).

Op het tabblad “Telefoon” 7 kunt u de volgende opties instellen:

- het volume van de beltoon aanpassen;

- het volume van het telefoongesprek aanpassen;

Op het tabblad “Overige” 8 kunt u de volgende opties instellen:

- het geluid van de parkeerhulp aanpassen;

- het geluid in- of uitschakelen;

- het type geluid kiezen;

- het geluidsvolume aanpassen.

- stel het indicatorgeluidsniveau in;

- inschakelen/uitschakelen van het geluidseffecten voor verwelkoming in het interieur;

- het geluid van de toetsen in- of uitschakelen;

Via het submenu 9 kunt u de standaardinstellingen resetten.

“Taal”

Met dit menu kunt u de taalkeuze voor de auto instellen. Selecteer de gewenste taal.

U wordt geïnformeerd over de beschikbaarheid van gesproken commando´s voor elke taal.

“Toetsenbord”

Via dit menu kunt u een van de volgende virtuele toetsenbord kiezen:

- “Alfabetisch”;

- “Azerty”;

- “Qwerty”;

- “Qwertz”;

- “Cyrillisch”;

- “Grieks”;

-...

Bij het invoeren van tekst kan het multimediasysteem bijbehorende woorden voorstellen.

U kunt het type toetsenbord selecteren in het submenu.

“Datum en tijd”

Met dit menu kunt u de volgende aspecten instellen:

- de weergavemodus;

- de datum;

- de tijd (12 uur of 24 uur);

- analoge of digitale klok;

- automatische regeling;

- afstellen van datum en tijd.

Opmerking: wij raden u aan de automatische instellingen te behouden.

“Apparaatbeheer”

Gebruik dit menu om de verschillende verbindingen met uw multimediasysteem te configureren:

- “Bluetooth®” 10;

- “Wifi” 11;

- “Services” 12;

- “Gegevensdeling” 13.

Vanaf het tabblad “Bluetooth®ˮ 10 kunt u uw telefoon(s) aan het multimediasysteem koppelen. Zie "Een telefoon koppelen, ontkoppelen" voor meer informatie.

Opmerking: de lijst van de instellingen kan variëren afhankelijk van de uitrusting.

Vanaf het tabblad Wifi 11 kunt u de internetverbinding gebruiken die wordt aangeboden door een extern apparaat (hotspot) in een winkel, restaurant, woning of via een telefoon, enz.

Ga via het submenu 14 naar:

- wissen hotspots;

- gebruik een verborgen hotspot;

- naar de verbindingsprocedure.

Selecteer een van de Wifi -apparaten om de verbinding te configureren.

De eerste keer dat u verbinding maakt met het multimediasysteem is een wachtwoord vereist.

Via het submenu 15 kunt u de toegangspunten verwijderen.

Ga via het submenu 16 naar:

- verschillende verbindingen configureren voor elk geautoriseerd apparaat;

- toegang tot de helpinformatie voor Smartphone-replicatie;

- een goedgekeurd apparaat verwijderen;

- alle goedgekeurde apparaten verwijderen.

U kunt een nieuw apparaat goedkeuren door de QR Code van het systeem te scannen met behulp van uw telefoon.

Als u de Hotspot-functie gebruikt, kan de vereiste overdracht van mobiele gegevens extra kosten met zich meebrengen die niet in uw telefoonabonnement zijn inbegrepen.

Om veiligheidsredenen mogen deze handelingen alleen uitgevoerd worden als de auto stilstaat.

Vanaf het tabblad “Servicesˮ 18 kunt u de “Apparaatbeheerˮ 17 configureren en de “Tutorial over smartphone-integratieˮopenen.

Verbind uw telefoon is met het multimediasysteem. Controleer of deze is uitgerust met een “Android Auto™”, “Yandex.Auto™”-functie of “CarPlay™”-service die compatibel is met uw multimediasysteem. Zie voor meer informatie “Telefoonverbinding maken/verbreken”.

Opmerking: de lijst van de instellingen kan variëren afhankelijk van de uitrusting.

Met behulp van de functie “Apparaatbeheer” 17 kunt u de telefoon selecteren die automatisch verbinding moet maken met Smartphone-replicatie.

Vanaf het submenu 19 kunt u apparaten verwijderen.

Zodra de “Android Auto™”, “Yandex.Auto™”-app of de “CarPlay™” service werkt met uw multimediasysteem, kunt u de knop voor spraakherkenning 20 in uw auto gebruiken om bepaalde functies van uw smartphone via spraakcommando's te bedienen. Raadpleeg het hoofdstuk “De spraakherkenning gebruiken” voor meer informatie.

Vanaf het tabblad “Data” 21 kunt u de volgende informatie bekijken:

- welke operator verantwoordelijk is voor de verbinding met uw auto;

- de status en de details van de verbinding;

- gegevensdeling.

De status- en verbindingsgegevens melden de status, het ontvangstniveau 22 en de systeem-id.

Het ontvangstniveau en de status voor het delen van gegevens worden getoond in het pictogram 22:

- gegevens delen aan 23;

- gegevens delen uit. Ontvangstniveau 24;

- auto offline of buiten het dekkingsgebied 25.

Om veiligheidsredenen mogen deze handelingen alleen uitgevoerd worden als de auto stilstaat.

“Startpagina”

Met dit menu kunt u de startpagina's voor uw multimediasysteem instellen.

De startpagina's kunnen worden gewijzigd door de gewenste widgets toe te voegen en ze naar wens op de startpagina's te plaatsen. Zie voor meer informatie over het instellen van een startpagina het hoofdstuk “Widgets toevoegen en beherenˮ.

In het submenu 26 kunt u:

- widgets verwijderen;

- resetten om de standaardconfiguratie te herstellen.

“Gebruikersprofiel”

Met dit menu kunt u een gebruikersprofiel kiezen om in te stellen voor het systeem.

Selecteer het gewenste gebruikersprofiel.

Functies met betrekking tot het gebruikersprofiel

De volgende instellingen zijn opgeslagen in het gebruikersprofiel:

- taal van het systeem;

- afstandseenheid (indien beschikbaar);

- indeling van de startpagina;

- instellingen van het display;

- MULTI-SENSE-instellingen;

- instellingen van de sfeerverlichting;

- de positie van de bestuurdersstoel afstellen;

- instellingen voor de buitenspiegel;

- massage-instellingen;

- Vooraf ingesteld;

- radio-instellingen;

- navigatie-instellingen;

- navigatiegeschiedenis;

- favorieten navigatie;

- vertrouwelijkheidsinstellingen;

-...

GUEST profiel

Met het GUEST profiel hebt u toegang tot de functies in het hoofdmenu.

Het “Bewerken” tabblad 27 is niet beschikbaar via dit profiel. Het GUEST profiel wordt gereset wanneer het systeem opnieuw wordt opgestart, de instellingen worden niet opgeslagen.

In het submenu 28 kunt u:

- reset het profiel;

-...

Identificeer het gebruikersprofiel

Druk op het “Bewerken” tabblad 27, “Algemeen” 33 op de knop “Inloggen” 31 om uw instellingen op te slaan.

Als u uw ID invoert, worden de instellingen van uw gebruikersprofiel opgeslagen in uw MY RENAULT-account. Daarna kunt u de account gebruiken om uw auto-instellingen en instellingen van het multimediasysteem te laden naar een andere Renault-auto.

Opmerking: er verschijnt een Renault pictogram op uw profielfoto nadat u verbinding hebt gemaakt.

Opmerking: als u drie keer na elkaar een verkeerde code invoert, wordt uw gebruikersprofiel op het multimediasysteem gedurende 1 minuut geblokkeerd. U kunt in totaal tien keer proberen toegang te krijgen tot het profiel. Hierna wordt het permanent uitgeschakeld.

Raadpleeg voor meer informatie over het aanmaken van een account hoofdstuk “MY RENAULT”.

Als een gekoppeld profiel meer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, vraagt het systeem opnieuw om uw ID. Uw gebruikersnaam kan niet worden gewijzigd.

Vanuit het submenu kunt u een ander account gebruiken en het opgeslagen profiel verwijderen.

De foto van het gebruikersprofiel wijzigen

Druk in de tab “Algemeen” 33 op “Afbeelding bewerken” 30 om een afbeelding te selecteren vanuit het multimediasysteem of een extern opslagapparaat (USB-stick). Raadpleeg voor meer informatie over het bekijken van foto´s hoofdstuk “Foto”.

De naam van het gebruikersprofiel wijzigen

Druk op het tabblad “Algemeen” 33 op de knop Naam wijzigen 29 om de naam van het profiel te wijzigen.

In het submenu 32 kunt u:

- gebruikersprofiel ver- of ontgrendelen;

- de vergrendelingscode wijzigen;

- het profiel kopiëren;

- alle instellingen verwijderen die zijn opgeslagen in het profiel;

- het profiel bijwerken;

-...

Om veiligheidsredenen mogen deze handelingen alleen uitgevoerd worden als de auto stilstaat.

DE SYSTEEMINSTELLINGEN AANPASSEN

Hoewel deze video niet gemaakt is over uw auto, de beschreven beginsel is hetzelfde