Terug naar de lijst

AIRCONDITIONING: informatie en bedieningsinstructies

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Actieradius

Het is normaal dat het energieverbruik hoger is als u de airconditioning gebruikt.

Schakel het systeem uit wanneer u het niet meer nodig heeft.

Tips voor zuinig rijden en minder luchtverontreiniging

Rijd met open ventilatieroosters en gesloten ruiten.

Open bij zeer warm weer of als de auto in de zon heeft gestaan enkele minuten de portieren voordat u start, zodat de hete lucht uit de auto kan ontsnappen.

Onderhoud

Raadpleeg voor de controle-intervallen het onderhoudsdocument van uw auto.

Storingen

Raadpleeg bij een storing altijd een merkdealer.

- Minder goede werking van ontdooien, ontwasemen of airconditioning. Dit kan het gevolg zijn van een vervuild patroon van het interieurfilter.

- Geen gekoelde lucht. Controleer of alle bedieningsorganen in de juiste stand staan en de staat van de zekeringen. Als dit niet zo is moet u de werking stoppen.

Water onder de auto.

Maak u niet ongerust als er condenswater onder de auto druppelt, dit is normaal na langdurig gebruik van de airconditioning. Dit wordt veroorzaakt door condensatie.

Geluid

Elke keer dat het contact wordt uitgeschakeld, wordt na ongeveer tien seconden de ventilatie uitgeschakeld.

Auto’s uitgerust met de ECO-modus

Als de ECO-modus actief is, kan de werking van de airconditioning verminderen. Raadpleeg de paragraaf “Tips voor het rijden, zuinig rijden” in hoofdstuk 2.

Gebruik de airconditioning regelmatig, ook bij koud weer; laat de airco ten minste eenmaal per maand gedurende ongeveer 5 minuten draaien.

Maak nooit de slangen van de airconditioning los. Het gas en de vloeistof zijn gevaarlijk voor de ogen en tasten de huid aan.

Bij minder dan ongeveer 10 °C en met de motor uit is het normaal dat u koude lucht in het interieur voelt binnenstromen via de ventilatieroosters, als de ventilatie niet is uitgezet (zie de paragraaf “Verwarming / airconditioning” in hoofdstuk 3). U wordt geadviseerd om de schakelaar van de ventilatie op 0 te zetten als u even stopt.

Het airconditioningssysteem bevat fluorhoudende broeikasgassen.

Afhankelijk van het voertuig, u kunt de volgende informatie vinden op sticker A in de motorruimte.

De aanwezigheid en de plaats van de informatie op sticker A zijn afhankelijk van de auto.

Ñ Type airconditioningsvloeistof

Type olie in de slangen van de airconditioning

Ontvlambaar product

Raadpleeg het instructieboekje

Onderhoud

Hoeveelheid airconditioningsvloeistof aanwezig in de auto.

x,xxx kg

Global Warming Potential oftewel aardopwarmingsvermogen (CO2-equivalent).

GWP xxxxx

Hoeveelheid in gewicht en CO2-equivalent.

CO2-equivalent x,xx t

Maak nooit de slangen van de airconditioning los. Dit is gevaarlijk voor de ogen en de huid.

Voordat u in de motorruimte werkzaamheden kunt uitvoeren, moet u absoluut het contact uitzetten (zie “De motor starten en stoppen” in hoofdstuk 2).