BOORDCOMPUTER: algemene informatie

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Boordcomputer AB of C

Afhankelijk van de auto, beschikt hij over de volgende functies:

- afgelegde afstand;

- gegevens van de reis;

- informatieboodschappen;

- storingsboodschappen (in combinatie met het controlelampje ©);

- alarmboodschappen (in combinatie met het lampje ®);

- menu voor het personaliseren van de auto-instellingen. MENU VOOR HET PERSONALISEREN VAN DE AUTO-INSTELLINGEN.

Alle functies zijn beschreven op de volgende bladzijden.

Auto uitgerust met Ainstrumentenpaneel

De functies worden verdeeld over zones 567 en  8. De positie van de zones varieert afhankelijk van de rijstijl geselecteerd.

Druk op de schakelaar 1om tussen de zones te bladeren en de functies te selecteren door herhaaldelijk op de schakelaar 2 of 3 te drukken.

Auto uitgerust met Binstrumentenpaneel

De functies worden verdeeld over zones 567 en  8.

Druk op de schakelaar 1om tussen de zones te bladeren en de functies te selecteren door herhaaldelijk op de schakelaar 2 of 3 te drukken.

Auto uitgerust met Cinstrumentenpaneel

Druk zo vaak als nodig is op de 1 schakelaar om het tabblad “Auto” weer te geven.

Druk herhaaldelijk met de schakelaar 2 of 3. Gebruik vervolgens indien nodig de schakelaar 4 om te bevestigen.

Selecties

(het display hangt af van de uitvoering van de auto en het land)

a) Functieoverzicht, storings- en informatieberichten;

b) actueel brandstofverbruik en gemiddelde brandstofverbruik;

c) dagteller en gemiddelde snelheid;

d) De bandenspanning resetten.

e) instelling van de tijd.

f) Onderhoudsinterval:

- Onderhoudsinterval;

- Afstand tot olieverversing;

g) Actieradius met resterende reagens.

Resetten van de dagteller en ritinstellingen (resetknop)

Zorg ervoor dat een van de ritparameters wordt weergegeven en druk op de schakelaar 4 “OK” totdat de weergave naar nul wordt gereset.

Automatische nulinstelling van de gegevens van de reis

De nulinstelling gebeurt automatisch als één van de gegevens zijn maximale waarde bereikt.

Betekenis van de waarden gedurende de eerste paar kilometer na een nulinstelling

De waarden van gemiddeld verbruik, bereik en gemiddelde snelheid worden stabieler en nauwkeuriger naarmate de afgelegde afstand vanaf de laatste nulinstelling groter wordt.

De eerste kilometers na een nulinstelling kunt u constateren dat de actieradius toeneemt tijdens het rijden. Dit komt omdat rekening wordt gehouden met het gemiddeld verbruik sinds de laatste nulinstelling. Het gemiddeld verbruik kan afnemen als:

- de auto met een constante snelheid rijdt;

- de motor zijn bedrijfstemperatuur bereikt (nulinstelling bij koude motor);

- u vanuit druk stadsverkeer op de buitenweg komt.